Vallen van hoogte veroorzaakt in België jaarlijks meer dodelijke arbeidsongevallen dan enige andere oorzaak. Tegelijkertijd is het een van de best begrepen risico's: de Codex over het welzijn op het werk beschrijft in Boek IX, Titel 2 precies welk PBM vereist is, hoe het systeem opgebouwd moet zijn en wat de technische grenswaarden zijn.
Het probleem is niet de regelgeving — het is de implementatie. Drie fouten komen structureel terug bij inspecties door Toezicht op het Welzijn op het Werk (TWW).
Wat de Codex exact vereist
Artikel IX.2-26 van de Codex stelt dat PBM bestemd om vallen van hoogte te voorkomen, uitgerust moeten zijn met:
- Een opvangharnas (volledig lichaamsharnas) — geen borstharnas, geen gordel
- Een verbindingsstuk (vanglijn) met energieabsorber of valstopapparaat
- Een verankeringspunt dat voldoende stevig en stabiel is
De Codex voegt daar vijf technische randvoorwaarden aan toe:
- Het systeem moet de valhoogte zo klein mogelijk maken
- De minimale speling onder de gebruiker — ten opzichte van het opvangvlak of een hindernis — moet gegarandeerd zijn
- Het verankeringspunt moet voldoende stevig zijn om de valbelasting op te vangen
- De werknemer mag na een val niet in een positie hangen die circulatieproblemen veroorzaakt (hangtrauma)
- Gebruik is verboden in atmosferen boven 70°C
De drie veelgemaakte fouten
Fout 1: te weinig speling berekend onder het ankerpunt
De meest voorkomende technische fout. Een energieabsorberende vanglijn van 2 meter heeft bij activering een energieabsorber die maximaal 1,75 meter uitrekt (conform EN 355). De totale systeemlengte na activering is dus 2 m + 1,75 m = 3,75 m. Daarboven komen nog de afstand van het dorsale D-ring bevestigingspunt tot de voeten (ca. 1,4 m voor een gemiddelde gebruiker) en een veiligheidsmarge (ca. 0,5 m). Totaal minimaal vereiste vrije hoogte: 2 + 1,75 + 1,4 + 0,5 = 5,65 m — afgerond 6 m.
Concreet voorbeeld van een verkeerde berekening: ankerpunt op 4 m hoogte, vanglijn 2 m, absorber 1,75 m, gebruiker 1,8 m → totale val reikt tot 2 + 1,75 + 1,4 = 5,15 m onder het ankerpunt, terwijl de grond al op 4 m zit. De werknemer raakt de grond vóór het systeem volledig heeft geabsorbeerd.
Vuistregel: bij een ankerpunt recht boven de werknemer en een standaard energieabsorberende vanglijn van 2 m (energieabsorber max. 1,75 m uitrek) is minimaal 6 à 6,25 meter vrije hoogte onder het ankerpunt nodig, afhankelijk van de lichaamslengte en de gehanteerde veiligheidsmarge.
Fout 2: onjuiste ankerpuntselecite
Artikel IX.2-26 vereist dat het verankeringspunt voldoende stevig en stabiel is. In de praktijk worden dakconstructies, leidingen, klimladders en gevelankers gebruikt die nooit als ankerpunt zijn gecertificeerd. Een gecertificeerd ankerpunt draagt minimaal 10 kN statische kracht en 6 kN dynamische stootkracht (conform EN 795). Laat ankerpunten documenteren en jaarlijks inspecteren.
Fout 3: geen reddingsplan bij hangtrauma
Codex Artikel IX.2-26 verplicht de werkgever niet alleen het systeem te installeren, maar ook een noodprocedure te hebben voor de situatie na een val. Hangtrauma — bewusteloosheid of circulatiestilstand door langdurig hangen in een harnas — kan al na 3 tot 5 minuten optreden. Zonder reddingsplan staat de werknemer veilig — maar zijn redding is niet geregeld.
De dubbele vanglijn: wanneer verplicht?
Bij werkzaamheden waarbij de werknemer zich moet verplaatsen langs een route met meerdere ankerpunten, is een dubbele vanglijn vereist. De regel: op elk moment moet minstens één vanglijn bevestigd zijn. Bij overgang van het ene naar het andere ankerpunt wordt eerst de tweede vanglijn bevestigd, dan pas de eerste losgemaakt.
Dit lijkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk worden beide vanglijnen tegelijk losgekoppeld bij ankerpuntwissel — de meest risicovolle seconde van het werk op hoogte.
Jaarlijkse inspectie: wat wordt gecontroleerd?
Alle PBM voor valbeveiliging moeten jaarlijks worden geïnspecteerd door een bevoegde persoon. De inspectie omvat:
- Visuele controle harnas: stiksels, gespen, D-ringen, naden
- Controle energieabsorber: activering (gedeployede absorbers zijn afgekeurd), scheurzone intact
- Controle valstopapparaat: remwerking, intern mechanisme
- Controle verbindingshaken: slot, vergrendeling, corrosie
- Datum laatste gebruik en eventuele valincidenten — elk PBM dat een val heeft opgevangen is onmiddellijk buiten gebruik
CE-categorie en normen
Persoonlijke valbeveiliging valt in Categorie III van EU-Verordening 2016/425 — het hoogste risiconiveau. Dit betekent dat elk PBM in het systeem door een aangemelde instantie (notified body) getest en gecertificeerd moet zijn. Relevante normen:
| Component | Norm |
|---|---|
| Volledig lichaamsharnas | EN 361:2002 |
| Energieabsorberende vanglijn | EN 355:2002 |
| Valstopapparaat (zelfinkortend) | EN 360:2002 |
| Ankerpuntapparaat | EN 795:2012 |
| Verbindingshaken | EN 362:2004 |
Controleer bij aankoop altijd het 4-cijferige notified body-nummer op het CE-label. Ontbreekt dit, of staat er alleen "CE" zonder nummer? Dan is het PBM niet Categorie III gecertificeerd en mag het niet gebruikt worden voor valbeveiliging.