Een werknemer die zijn veiligheidshelm afzet zodra de preventieadviseur de hoek om is, is geen disciplinair probleem. Het is een ontwerppro bleem. De helm past niet, de werkplek biedt geen plek om hem op te hangen, of de collega ernaast draagt hem ook nooit. De oorzaak ligt zelden bij de werknemer zelf.

Wienerberger NV analyseerde het PBM-draaggedrag van hun productiemedewerkers en kwamen tot 7 structurele barrières. Elke barrière vereist een andere aanpak.

Overzicht van het experiment en aanpak bij Wienerberger rond PBM-gedragsverandering
Wienerberger NV — praktijkonderzoek PBM-gedragsverandering (bron: presentatie Prebes-studiedag 2026)

Barrière 1: ongemak en hinder

PBM die te warm zijn, te zwaar wegen of het zicht of gehoor belemmeren, worden consequent afgelegd zodra de sociale controle wegvalt. De werknemer kiest niet voor onveiligheid — hij kiest voor productiviteit. Die afweging wint altijd als het PBM het werk moeilijker maakt.

Interventie: Schakel werknemers in bij de PBM-selectie. Ergonomische proeftesten voor aanschaf verlagen het percentage "afleggers" met 30 tot 60% in vergelijkbare industriële omgevingen. Laat de definitieve keuze mede bepalen door de mensen die het PBM acht uur per dag dragen.

Barrière 2: onderschatting van het risico

"Ik doe dit werk al tien jaar en er is nooit iets misgegaan." Routine verlaagt de gepercipieerde risicokans. Dit is geen eigenwijsheid — het is een cognitief mechanisme (beschikbaarheidsheuristiek). Kleine taken worden als "even snel" ingeschat, ook als de kans op een ernstig incident reëel is.

Interventie: Gebruik concrete incidentcijfers van de eigen sector, niet abstract statistisch materiaal. "In onze sector verloor vorig jaar één werknemer per 200 arbeidsuren zonder PBM drie vingers" werkt beter dan een percentage.

Diagram van de 7 redenen waarom werknemers PBM niet dragen
De 7 barrières voor PBM-gebruik — Wienerberger praktijkonderzoek

Barrière 3: geen duidelijke regels of verwachtingen

Als de veiligheidsafspraken niet actief worden uitgedragen door leidinggevenden, bestaan ze in de praktijk niet. Vage formuleringen als "gebruik PBM waar nodig" geven de werknemer ruimte om zelf te beslissen wat nodig is.

Interventie: Specificeer per taak, per zone en per risiconiveau exact welk PBM verplicht is. Hang visuele communicatie op in de werkzone zelf — niet in een mapje op kantoor.

Barrière 4: sociale druk en bedrijfscultuur

"Hier doen we dat niet." Als collega's PBM niet dragen en leidinggevenden dat tolereren, is de impliciete norm dat PBM optioneel zijn. Groepsgedrag overtreft individuele regelgeving elke keer. Veiligheid krijgt dan structureel minder prioriteit dan productie.

Interventie: De leidinggevende als rolmodel is de sterkste hefboom. Een ploegchef die zelf consequent zijn bescherming draagt en collega's aanspreekt, verandert de sociale norm. Dit werkt niet als de veiligheidscultuur top-down wordt opgelegd maar bottom-up wordt geleefd.

Barrière 5: onvoldoende opleiding of bewustzijn

Medewerkers die het risico niet volledig begrijpen, onderschatten ook de beschermingswaarde van het PBM. Opleidingen die alleen de regels herhalen — zonder de onderliggende fysica of medische gevolgen te tonen — bereiken geen gedragsverandering.

Interventie: Toon wat een specifiek letsel er na 24 uur uitziet. Gebruik beeldmateriaal van incidenten uit de eigen sector. Geef context: waarom beschermt dit PBM beter dan de alternatieven die de werknemer zelf zou kiezen?

Barrière 6: slechte beschikbaarheid of kwaliteit

PBM die niet direct voorhanden zijn op de werkplek, worden niet gedragen. Onjuiste maten, slechte pasvorm en snelle slijtage versterken dit. Een werknemer die drie keer een kapotte of slecht passende bescherming heeft gekregen, vraagt de vierde keer niet meer.

Interventie: Stockeer PBM op de werkplek zelf, niet centraal in een magazijn. Houd meerdere maten op voorraad. Vervang proactief op basis van gebruiksduur, niet op basis van visuele slijtage.

Barrière 7: gebrek aan consequenties

Als het niet dragen van PBM nooit wordt opgemerkt of aangesproken, is de impliciete boodschap dat het niet belangrijk is. Positieve bekrachtiging — het benoemen van correct gedrag — is effectiever dan sancties. Straffen is de minst doeltreffende interventie en verstoort de relatie tussen leidinggevenden en medewerkers.

Interventie: Benoem correct PBM-gedrag expliciet en positief. Koppel veiligheidsobservaties aan teamoverleg, niet aan disciplinaire procedures. Maak veiligheid bespreekbaar zonder angst voor gevolgen.

Het duale brein model toegepast op PBM-gedragsverandering
Van "moetiveren" naar motiveren — het duale brein model als basis voor gedragsverandering bij PBM-gebruik

Van moetiveren naar motiveren

Het centrale inzicht uit het Wienerberger-onderzoek: werknemers die PBM dragen omdat ze verplicht zijn ("moetiveren"), dragen ze alleen als er sociale controle is. Werknemers die PBM dragen omdat ze de waarde ervan begrijpen en de middelen daartoe hebben ("motiveren"), dragen ze ook als niemand kijkt.

Het verschil zit niet in de regels. Het zit in de structuur: beschikbaarheid, pasvorm, rolmodellen en duidelijke communicatie per taak. Pas als die structuur klopt, heeft gedragsverandering een kans.

Praktische stap voor uw bedrijf

  • Voer een anonieme enquête uit bij uw medewerkers: welke van de 7 barrières herkennen zij?
  • Observeer één dag op de werkvloer: wanneer wordt PBM afgelegd en waarom?
  • Selecteer maximaal twee barrières om dit kwartaal aan te pakken — niet alle zeven tegelijk
  • Meet het draagpercentage voor en na de interventie via observatie (geen zelfrapportage)

Een PBM-selectie die werknemers mee laat bepalen en een aankoopbeleid dat ergonomie even zwaar weegt als prijs, zijn de snelste structuurwijzigingen met het hoogste rendement. De Protegara AI-audit helpt u uw huidige PBM-park te evalueren op ergonomische geschiktheid per functie — als startpunt voor barrière 1 en 6.